Na de geisers en bizons van Yellowstone ging onze camperreis verder naar het zuiden. De grillige bergtoppen van Grand Teton kwamen in zicht, gevolgd door Jackson Hole en uiteindelijk Bear Lake op de grens van Utah en Idaho. Niet alles wat een reis memorabel maakt, staat vooraf in een planning. Een wildlife safari bracht ons spontaan op het spoor van Idaho, terwijl een toevallige stop in een klein dorpje in Wyoming voor een onverwacht leuke ontmoeting zorgde..
Van Yellowstone naar Grand Teton
Na onze laatste nacht op Grant Village Campground namen we afscheid van Yellowstone en reden we zuidwaarts richting Grand Teton National Park. Onze eerste stop was Colter Bay aan Jackson Lake, waar we deelnamen aan een gratis wandeling met een National Park Ranger. We kregen er uitleg over de natuur en wildlife in het park, waarbij vooral de verhalen over beren onze aandacht trokken.
Bij Colter Bay huurden we meteen ook berenspray voor onze wandelingen. Handig om te weten: je hoeft hier niet noodzakelijk een bus te kopen die je achteraf toch niet mee op het vliegtuig kunt nemen. Via een automaat konden we er eentje huren en later op een andere locatie weer inleveren.
Na de drukke dagen in Yellowstone deden we het die namiddag bewust wat rustiger aan op Headwaters Campground. We aten iets en keken in de bar van Headwaters Lodge naar de WK-finale. Later trokken we toch nog onze wandelschoenen aan voor de Polecat Creek Loop.
Aan het begin van de trail maakten verschillende waarschuwingen meteen duidelijk dat we ons in bear country bevonden. Op een bord stond zelfs met de hand geschreven dat er recent een grizzly in de omgeving was gesignaleerd. Berenspray bij de hand dus, wat luider praten en af en toe in de handen klappen tijdens het wandelen.
Een beer kregen we niet te zien. Maar zo’n waarschuwing zorgt er wel voor dat iedere krakende tak tussen de bomen plots nét iets meer aandacht krijgt.
Grand Teton op zijn mooist
De volgende ochtend reden we vroeg Grand Teton National Park in. Via Jackson Lake Dam en de scenic drive langs Jenny Lake kregen we de Teton Range voortdurend in beeld. Bij Jenny Lake Overlook stopten we voor het klassieke uitzicht over het meer, met de grillige bergtoppen pal erachter.
Bij het Jenny Lake Visitor Center hadden we graag wat langer haltgehouden, maar zelfs rond acht uur ’s ochtends was de parking al bijna volledig volzet. In plaats van rondjes te blijven rijden op zoek naar een plaats, besloten we verder te trekken. Een roadbook is voor mij tenslotte een leidraad, geen wetboek. Soms moet je gewoon je plan durven loslaten.
Dat bleek hier een goede keuze. Via Teton Glacier Turnout kwamen we terecht bij de Chapel of the Transfiguration, een kleine houten kapel uit 1925. Achter het altaar omlijst een groot raam de Tetons bijna als een schilderij.
In tegenstelling tot Jenny Lake was het hier heerlijk rustig. We haalden ons ontbijt uit de camper en gingen aan een picknicktafel zitten: cornflakes, koffie en de Teton Range voor onze neus. Geen uitgebreid buffet, maar veel beter moest het op dat moment niet zijn.
Soms levert afwijken van het plan gewoon het mooiste plekje van de ochtend op.
Van Mormon Row naar Jackson
Onze volgende stop was Mormon Row, een van de meest gefotografeerde plekken van Grand Teton. Eind 19e eeuw vestigde zich hier een mormoonse gemeenschap. Vandaag blijven nog enkele historische gebouwen en schuren over, waaronder de bekende T.A.
Moulton Barn, met de Tetons als decor. Rustig is het er niet bepaald: fotografen en bezoekers weten deze plek duidelijk te vinden.
Daarna trokken we naar Teton Village, het skidorp aan de voet van Jackson Hole Mountain Resort. We dronken iets bij de Mangy Moose en namen ook een kijkje in het Four Seasons Resort Jackson Hole. Ski-in/ski-out, zeer verzorgd en duidelijk gericht op het hogere segment. Hier kregen we meteen een voorsmaakje van Jackson Hole: goedkoop is het er niet.
Voor we naar onze camping reden, brachten we de gehuurde berenspray terug aan de automaat bij het National Elk Refuge. Ongebruikt, gelukkig.
Op Virginian RV Park parkeerden we de camper voor twee nachten. Na een goedgevulde ochtend in Grand Teton deden we het even wat kalmer aan en maakten we dankbaar gebruik van het zwembad. Een paar uur ontspannen aan het water deed deugd voor we later die namiddag Jackson zelf introkken.
De stad heeft een vreemde maar geslaagde mix van luxe en westerncultuur.
Knokke-Zoute in de bergen, met een vleugje ruwe cowboyflair, zoiets.
We begonnen bij de iconische Million Dollar Cowboy Bar, compleet met zadels als barkrukken en een live countryband, en gingen daarna nog langs de Silver Dollar Bar en The Bunker. Leuk om eens gezien te hebben, al konden de bekende bars ons niet allemaal even hard overtuigen.
’s Avonds keerden we terug naar de camping. Na alle luxe en cowboyflair van Jackson stond er gewoon chili con carne bij de camper op het menu. En dat smaakte minstens even goed.
Wildlife met Corey
De volgende ochtend begon vroeg. Om 6.30 uur werden we aan de camping opgehaald door Corey Stites van Jackson Hole Wildlife Safaris voor een private wildlife tour door Grand Teton. Hier merk je meteen de meerwaarde van een lokale gids. Corey nam ons mee naar plekken waar we zelf waarschijnlijk nooit zouden komen, over weggetjes waarvan je als bezoeker al snel denkt: mag ik hier eigenlijk wel in met mijn wagen?
We zagen mule deer en twee moose. Eén daarvan was een gigantische stier met een enorm gewei. Pas wanneer je zo’n dier van relatief dichtbij ziet, besef je hoe groot een volwassen moose werkelijk is. Aan de overkant van een rivier zagen we later nog een jonger exemplaar grazen.
Beren stonden uiteraard ook op ons verlanglijstje. Corey nam ons mee naar een vijftal plekken waar ze regelmatig worden gespot, maar deze keer lieten ze zich niet zien. En dat hoort erbij. De natuur laat zich niet plannen.
Doorheen de ochtend vertelde Corey minstens evenveel als hij naar dieren speurde.
Over de geschiedenis van Grand Teton en Yellowstone, de seizoenen en hoe het is om hier als local te leven. Zelf woonde hij in Victor, Idaho, aan de andere kant van de Teton Pass.
Zijn verhalen maakten ons nieuwsgierig. Idaho stond helemaal niet op onze planning, maar waarom zouden we op weg naar Bear Lake niet eens aan die kant van de bergen gaan kijken?
Zo ontstond tijdens een wildlife safari spontaan het plan voor onze route van enkele dagen later.
Jackson, take two
De rest van de dag brachten we in Jackson door. We wandelden rond Town Square, langs de bekende bogen van wapitigeweien, en doken ook enkele van de vele, vele, véle T-shirt- en souvenirwinkels binnen. Toeristisch? Zeker. Maar ook gewoon leuk.
In de late namiddag gaven we de Million Dollar Cowboy Bar nog een tweede kans, deze keer voor een burger met frietjes. Met de zadels aan de bar, het westerninterieur en de countrymuziek blijft het hoe dan ook een plek die bij Jackson hoort.
Daarna zochten we iets minder voor de hand liggends en belandden we bij Eleanor’s Again, verscholen achterin een liquor store. Je wandelt letterlijk door de winkel om de bar binnen te gaan, wat de plek een beetje een speakeasy-vibe geeft. Binnen zaten nauwelijks toeristen, vooral locals.
Met een biertje en een portie potstickers sloten we onze laatste avond in Jackson af.
Geen bekende hotspot, maar net het soort plek waar wij graag terechtkomen: ongedwongen, lokaal en een stuk minder gepolijst dan de adressen rond Town Square.
Jackson kreeg zo bij de tweede poging toch nog een bar die helemaal in ons straatje paste.
Een spontane omweg door Idaho
De volgende ochtend namen we afscheid van Jackson en reden we over de Teton Pass richting Idaho. Bij het uitchecken had de vrouw aan de receptie ons nog getrakteerd op enkele horrorverhalen over campers die op de steile afdaling in de problemen waren gekomen. Niet bepaald de ideale peptalk vlak voor vertrek.
In de praktijk viel het gelukkig best mee. We schakelden de camper handmatig naar een lagere versnelling en remden zoveel mogelijk op de motor. Rustig rijden en je snelheid onder controle houden, en er was voor ons eigenlijk geen probleem. Na alle waarschuwingen dachten we vooral: was dit het nu?
Aan de andere kant van de pas stopten we in Victor, het dorp waar Corey woonde, voor koffie en een tankbeurt. Daarna volgden we Pine Creek Road richting Swan Valley.
Open velden, verspreide huizen en ranches, met de uitlopers van de Tetons en het Caribou-Targhee National Forest op de achtergrond: dit was precies de sfeer die we even wilden opsnuiven.
Bij Palisades Reservoir hielden we halt voor het uitzicht over het water en de vallei.
Geen wereldberoemde bezienswaardigheden of verplichte stops, gewoon een mooie omweg door een stukje Idaho waar we zonder ons gesprek met Corey waarschijnlijk nooit terecht waren gekomen.
Daarna reden we verder richting Afton, Wyoming. Daar zou een eenvoudige tussenstop onverwacht leuk uitdraaien.
Een onverwacht leuke stop in Afton
In Afton wilden we eigenlijk alleen even de benen strekken en wat rondkijken. Het kleine dorpje heeft die typische small town vibe en het leven lijkt er een paar versnellingen lager te draaien dan in Jackson. We stapten er toevallig The Giftery binnen, een verrassend hippe combinatie van kleding- en cadeauwinkel, eatery en rest stop.
We raakten er aan de praat met de sympathieke eigenares en bleven zeker een halfuur hangen. Ze vertelde over Afton en Star Valley en gaf ons allerlei tips voor de omgeving.
Vooral de Intermittent Spring, ook bekend als Periodic Spring, werd ons warm aanbevolen. Helaas hadden we geen tijd meer voor de wandeling, maar er staat alvast iets op het lijstje voor een volgende keer.
We slenterden nog wat door het dorp, bezochten een lokale gun store en belandden bij Shelly’s Cowboy Bar. Binnen zaten vrijwel alleen locals en dankzij de vriendelijke barvrouw waren we al snel met enkele van hen aan de praat. Wat deden twee Belgen in Afton? Waar kwamen we vandaan? En vooral: welke vreemde taal spraken we met elkaar?
Voor mij zijn dat misschien wel de leukste momenten van een reis. Niet noodzakelijk wat vooraf in het roadbook staat, maar ergens binnenstappen en praten met mensen die er wonen. Over hun leven, over het onze en over de verschillen en gelijkenissen tussen beide.
Dat is reizen voor mij: niet alleen plaatsen ontdekken, maar ook verbinding maken met de mensen die er wonen.
Bear Lake: even het tempo eruit
Vanuit Afton reden we verder naar Bear Lake, op de grens van Utah en Idaho. Het meer wordt vanwege zijn opvallend blauwe water graag “The Caribbean of the Rockies” genoemd. Tja… laat ons zeggen dat de Caraïben zich voorlopig geen zorgen hoeven te maken. Mooi is het er absoluut, en vanaf Bear Lake Overlook kregen we een prachtig eerste zicht over het meer en de omliggende bergen.
In Garden City installeerden we ons voor twee nachten op de mooiste camping van onze reis. Onze plek had een eigen patio met schommelstoel, tafel en stoelen én een gasbarbecue. Die eerste avond begon het stevig te regenen, dus veel meer dan boodschappen doen, eten maken en vroeg onder de wol kruipen zat er niet in. Helemaal niet erg na de voorbije dagen.
De volgende ochtend moest er eerst uitgebreid ontbeten worden. Alles moest op, want twee dagen later moest de camper terug. Daarna huurden we fietsen op de camping en volgden het fietspad langs het meer richting Hunter’s Point. Op de heenweg passeerden we een klein WOII-monument. Terug in Garden City stopten we bij Garden City Park, waar een houten wandelpad naar het strand leidt. We dronken er iets met uitzicht over Bear Lake voor we weer op de fiets stapten.
Natuurlijk kon ook LaBeau’s niet ontbreken. Bear Lake staat bekend om zijn frambozen en vooral de raspberry shakes zijn hier zowat een lokale specialiteit. Daarna aten we op de porch van Café Sabor, voor we de fietsen terugbrachten en die namiddag nog eens de grens met Idaho overstaken.
Bestemming: Paris. Maar dan zonder Eiffeltoren.
Paris, Idaho: een dorp op pauze
In Paris leek de tijd een beetje stil te staan. Het kleine dorp voelde op deze doordeweekse namiddag bijna uitgestorven aan. Stoffige straten, nauwelijks verkeer en weinig mensen te zien. Alsof iemand het dorp even op pauze had gezet. Vreemd genoeg gaf net dat de plek zijn charme.
We bezochten er het Paris Tabernacle, een historisch kerkgebouw van de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints. Geen tempel dus, maar een ontmoetingsgebouw voor de lokale geloofsgemeenschap. Tijdens een rondleiding kregen we het verhaal achter de bouw te horen. Het tabernacle dateert uit het einde van de 19e eeuw en werd grotendeels door lokale pioniers en ambachtslieden gebouwd.
Vanuit Paris reden we terug richting Bear Lake en stopten bij Cooper’s, een chic complex op een golfterrein. Op het verhoogde terras dronken we iets met uitzicht over het meer en de bergen. Het contrast met het ingedommelde Paris kon nauwelijks groter zijn.
Voor onze laatste avond met de camper haalden we nog boodschappen in Garden City.
Uiteraard moest ik ook even de gift store binnen, waar een Bear Lake trucker cap mijn ondertussen vrij uitgebreide collectie Amerikaanse petjes kwam vervoegen. Neen, ik heb geen probleem. Ik kan stoppen wanneer ik wil.
Terug op de camping gooiden we cheeseburgers op onze eigen gasbarbecue. Kaas erop, sla, tomaat, sausje en klaar. Met een drankje erbij genoten we van onze laatste avond buiten bij de camper.
Na bijna twee weken begon dat camperleven verdacht vertrouwd aan te voelen. En net dan was het tijd om hem terug te brengen.
Afscheid van de camper, hallo Salt Lake City
De volgende ochtend was het opruimen geblazen. Koffers maken, de camper schoonmaken, tanks legen en nog één keer controleren of er niets in een kastje was blijven liggen. Daarna reden we naar Cruise America in Salt Lake City om onze C21 in te leveren.
Daar ontdekten we nog een handig systeem dat we vooraf niet kenden. Spullen die je niet meer nodig hebt maar nog perfect bruikbaar zijn, kun je achterlaten in een speciale bin voor andere reizigers. Wij lieten er onze overschotten achter, zodat iemand anders er nog iets aan had.
Na bijna twee weken namen we afscheid van ons huis op wielen en reden met een Uber naar Little America Hotel. Bij het inchecken konden we voor een kleine meerprijs upgraden naar een betere kamer met een mooi uitzicht over Salt Lake City. Na al die nachten in de camper konden we dat extra beetje comfort wel appreciëren.
Veel tijd om van de kamer te genieten hadden we niet, want om 14 uur werden we aan het hotel opgehaald door Isabelle Gallante-Neely van Utah Calling, die ons die namiddag Salt Lake City zou laten ontdekken. Isabelle is Belgische, woont al jarenlang in Utah en bleek bovendien oorspronkelijk uit Gent te komen.
Van alle mogelijke gidsen die je aan de andere kant van de wereld kunt treffen…
Salt Lake City met een Belgische gids
We begonnen onze tour bij het Utah State Capitol, hoog boven de stad. Tijdens de rondleiding waren we meteen onder de indruk. We hebben ondertussen al verschillende State Capitols bezocht, maar dit was voor ons zonder twijfel het mooiste tot nu toe. De enorme koepel, het marmer, de monumentale trappen en het uitzicht over Salt Lake City maakten het plaatje compleet.
Daarna trokken we richting Temple Square en bezochten eerst het visitor center van de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints. In nagebouwde ruimtes krijg je er een inkijk in het interieur en de gebruiken van een mormoonse tempel. Dat vonden we erg interessant, want eenmaal een tempel is ingewijd, zijn de meeste ruimtes niet toegankelijk voor buitenstaanders. De mormoonse gemeenschap heeft toch iets mysterieus en hier kregen we de kans om die wereld wat beter te begrijpen.
In 2027 doet zich trouwens een uitzonderlijke kans voor. Na de jarenlange restauratie wordt de echte Salt Lake Temple gedurende enkele maanden voor iedereen opengesteld, vóór hij opnieuw wordt ingewijd. Voor wie dan in Utah is, een echte once-in-a-lifetime experience.
Vervolgens bezochten we het Salt Lake Tabernacle, de thuisbasis van het beroemde Tabernacle Choir at Temple Square. Voor Line was dat extra interessant, aangezien ze zelf in het Kathedraalkoor van Gent zingt. Daarna verkenden we Temple Square verder en wandelden we met Isabelle door downtown, langs historische gebouwen en het fraaie City Creek Center.
Een begeleide wandeling blijft voor mij een van de beste manieren om een stad te leren kennen. Een lokale gids vertelt niet alleen de verhalen achter wat je ziet, maar weet ook waar je nadien goed kunt eten, welke plekken de moeite zijn en, in ons geval niet geheel onbelangrijk, waar je een goede cocktail kunt drinken.
Na de tour nodigden we Isabelle uit voor een diner om haar te bedanken voor de fijne namiddag. Op enkele uren tijd hadden we niet alleen de belangrijkste plekken gezien, maar vooral een veel beter beeld gekregen van Salt Lake City en het leven in Utah.
Een laatste avond in Salt Lake City
Na het diner namen we afscheid van Isabelle en werden we afgezet bij het historische Union Pacific Depot, een prachtig gerestaureerd voormalig treinstation. In het huidige Asher Adams Hotel vonden we No. 119, een stijlvolle cocktailbar waar we uiteraard nog iets gingen drinken. De tip van onze gids bleek dus meteen bruikbaar.
Daarna wandelden we terug richting Little America, maar staken eerst nog even de straat over naar het Grand America Hotel. Een compleet ander niveau van luxe, met veel marmer, kroonluchters en klassieke grandeur. Voor mij als reisadviseur ook interessant om eens binnen te lopen: foto’s vertellen veel, maar pas wanneer je zelf in een hotel rondloopt, krijg je echt een gevoel bij de sfeer en voor welk type reiziger het geschikt is.
Daarmee zat onze laatste avond erop. Moe maar voldaan keerden we terug naar Little America. De volgende ochtend wachtte alleen nog de reis naar huis.
Terug naar België
De volgende ochtend reden we naar Salt Lake City International Airport. En zelfs daar wist Utah nog een laatste keer te verrassen. Dit is zonder twijfel een van de mooiste en properste luchthavens die we tot nu toe bezochten. Veel licht, een gevoel van ruimte en moderne architectuur maken het een erg aangename luchthaven. Ook de lange ondergrondse tunnel tussen de concourses is indrukwekkend vormgegeven.
Vanuit Salt Lake City vlogen we met United Airlines eerst naar Washington Dulles en van daaruit verder naar Brussel. Aan de gate kregen we de kans om voor een erg interessante prijs te upgraden naar Business Class. Daar moesten we niet lang over nadenken.
En dat bleek een heerlijke manier om de reis af te sluiten. Een glas bubbels, een driegangenmenu en vooral een stoel die volledig plat kon, allemaal vanuit het comfort van je eigen kleine bubbel. Na bijna twee weken rondtrekken met de camper voelde dat toch behoorlijk luxueus aan. Nog één keer uitgebreid eten, stoel plat en proberen wat te slapen boven de Atlantische Oceaan.
Het einde van The Great American West
Daarmee zat onze camperreis door The Great American West erop. Een reis die ons van Denver door Wyoming en Yellowstone naar Grand Teton, Jackson Hole, Idaho, Bear Lake en uiteindelijk Salt Lake City bracht.
Yellowstone en Grand Teton waren de grote blikvangers, maar minstens even hard bleven de momenten hangen die we vooraf niet hadden kunnen plannen. Ontbijten met zicht op de Tetons, met Corey op zoek gaan naar wildlife, spontaan Idaho induiken of aan de bar belanden tussen de locals in Afton. Misschien is dat wel waarom ik zo graag reis: niet alleen om nieuwe plekken te zien, maar vooral om me te laten verrassen.
En de camper? Die bleek voor deze route een schot in de roos. Na bijna twee weken ermee te hebben rondgetrokken, weet ik uit eigen ervaring wat werkt, waar je rekening mee moet houden en hoeveel vrijheid deze manier van reizen biedt.
Zelf The Great American West ontdekken?
Wil je zelf met een camper door het Amerikaanse Westen reizen? Met States of Wonder help ik je graag een route samenstellen die past bij jouw tempo en interesses.