Start in Las Vegas - start in stijl
Eind april trok ik met States of Wonder door het zuidwesten van de Verenigde Staten – van Las Vegas tot San Francisco. Een roadtrip om de regio écht te ervaren, zodat ik mijn klanten nog beter kan adviseren.
Aankomen in stijl en verdwalen in The Wynn
Na de rit van de luchthaven naar de Strip reed ik recht een andere wereld binnen, eentje waar alles glanst, naar design ruikt en waar zelfs de roltrappen elegant lijken. The Wynn, mijn thuis voor vier nachten, ligt aan het uiteinde van de Strip: rustig, ruim en toch perfect op wandelafstand van alles. Precies die balans maakt het een fantastische uitvalsbasis.
Het inchecken verliep vlot en niet veel later dwaalde ik al door een universum van kleurrijke tapijten, parfumwolken, high-end boetieks en een casino waar tijd gewoon niet lijkt te bestaan. The Wynn is een compleet ecosysteem: van luxe winkels tot zwembaden, van kunstinstallaties tot bars, alles onder één dak.
In de avond wandelde ik de Strip op voor een eerste korte verkenning. The Sphere zag ik al van ver oplichten, typisch Vegas: spectaculair, groot en met nul interesse in subtiliteit. Leuk om te zien, indrukwekkend om bij stil te staan en vooral handig als oriëntatiepunt. Na zo’n lange reisdag was de vermoeidheid voelbaar, dus kroop ik vroeg in bed. De stad zou morgen nog wel schitteren.
Een helikopter, een canyon en een glas bubbels
De tweede ochtend in Las Vegas begon met iets dat het label “ochtendactiviteit” eigenlijk te bescheiden vindt: de King of Canyons Helicopter Tour. De ochtend begon dan ook met een knaller. Nog voor mijn eerste koffie stond er een limousine-achtige shuttle klaar aan het hotel voor de helikoptervlucht. In de VIP-terminal naast de Strip stapte ik in een rode helikopter die perfect in een actiefilm zou passen.
De vlucht bracht me over Hoover Dam, Lake Mead en de Colorado River, richting de indrukwekkende dieptes van de Grand Canyon West. De landing op de canyonbodem, ongeveer 975 meter onder de rand, is zo’n moment waar je hersenen even moeten bijkomen.
Midden in die gigantische kathedraal van steen klonk de stilte bijna onwerkelijk. Niet veel dingen maken je zo nederig als een uitzicht dat letterlijk ouder is dan de meeste beschavingen.
Na een korte wandeling en een paar minuten pure canyonstilte begon de terugvlucht. Over Downtown Las Vegas en over de volledige Strip, langs iconen als Luxor, The Sphere, Bellagio en Parijs. Vegas zag eruit als een speelgoedstad die iemand extra veel glitter had gegeven.
In de namiddag wandelde ik langs de Strip. Ik stapte verschillende hotels binnen en weer buiten, elk met hun eigen sfeer, soundtrack, identiteit en bijhorende casino’s. Je krijgt echt een goed beeld van Las Vegas en zijn bezoekers door zo’n wandeling, een soort levendige doorsnede van de stad in al haar kleuren en karakters.
De Ariat Brand Store stond al op mijn planning voor vertrek en ik kwam er niet met lege handen buiten. Ik kocht er cowboylaarzen en een hoed. Per ongeluk. Soort van.
Ik sloot de dag af met een heerlijk diner in The Wynn. Met zijn vele restaurants is keuzes maken moeilijk, maar ik ging voor stijlvol Italiaans in Allegro, waar de cacio e pepe een kleine herinnering was dat eenvoud soms gewoon perfect kan zijn.
De ruigere kant van Vegas
Op dag drie trok ik in de ochtend naar de andere kant van de stad, weg van de glitterende hotels en de geur van dure parfum, richting het rauwere, oudere Vegas. Geen replica’s van Europese steden of marmeren fonteinen, maar geschiedenis, karakter en een vleugje patina.
Mijn eerste stop was het Old Mormon Fort, een aanrader voor wie, net als ik, graag wat achtergrond voelt achter het spektakel. Hier begon Las Vegas ooit, een klein fort in de woestijn, lang voor neon en casino’s. Het is een korte stop, maar eentje die het verhaal van de stad plots veel tastbaarder maakt.
Vanaf daar wandelde ik verder naar Downtown Las Vegas, waar de Fremont Street Experience alles overstemt: lichtshows boven je hoofd, livemuziek, straatartiesten en gokhallen waar de tijd duidelijk al decennia stilstaat. Het is chaotisch, kleurrijk en totaal anders dan de Strip.
In Rogue Toys dompelde ik me onder in pure nostalgie, waarna ik nog even binnenstapte bij de Gold & Silver Pawn Shop, bekend van Pawn Stars. Typisch zo’n Vegas-stop die je er gewoon even bijneemt omdat je er nu eenmaal toch bent. Onderweg passeerde ik de iconische wedding chapels, elk charmant kitscherig op hun eigen manier.
Ik sloot mijn wandeling af bij The STRAT, dat als een wachtpost boven de stad uittorent. Met een paar uur woestijnhitte en flink wat kilometers in de benen was het daarna hoog tijd voor verkoeling: een duik in het zwembad van The Wynn. Met een drankje in de hand, voeten in het water en de zon boven me voelde de stad plots weer zacht.
In de avond was ik uitgenodigd op een netwerkevenement in Madame Tussauds, een bijzondere venue met een zalige walking dinner vol culinaire specialiteiten uit heel Amerika. Op zich was het leuk gebracht, maar eerlijk? Het wassenbeeldenmuseum zelf zou ik niet echt aanraden. Het voelt wat gedemodeerd, een tikkeltje vergane glorie.
Moe maar voldaan na zo’n drukke dag dook ik mijn bed in en zette ik mijn wekker heel vroeg. Death Valley lag al op mij te wachten.
Death Valley – de magie van de extremen
Na een korte nacht ging de wekker nog voor de zon echt op was. Ik verliet Las Vegas terwijl de stad langzaam ontwaakte, maar al na een paar kilometer voelde het alsof ik een andere wereld binnenreed. De neon en het constante geruis van de Strip maakten plaats voor stilte, open ruimte en een horizon die maar niet lijkt te stoppen. Death Valley stond al lang op mijn lijstje en het was eindelijk zover.
De rit erheen is al een avontuur op zich. Het landschap verandert voortdurend: bergen worden hoger, de lucht wordt droger en de kleuren verschuiven van zand naar rood en goud. Hoe dichter ik de vallei naderde, hoe meer het voelde alsof de wereld om me heen werd gestript tot haar essentie. Niets overbodigs, alleen licht, steen en leegte.
Mijn eerste grote stop was Dante’s View, en eerlijk: dit was voor mij het hoogtepunt van Death Valley. Vanaf dit uitkijkpunt kijk je neer op een gigantische, eindeloze zoutvlakte die zich als een felwitte rivier door het landschap slingert. De vallei ligt bijna anderhalve kilometer onder je, waardoor je een bijna vogelperspectief krijgt. De stilte, de wind, de schaal van het geheel… het voelt alsof je op de rand van de wereld staat. Een plek die je brein even doet herkalibreren, simpelweg omdat het zo immens is.
Daarna reed ik verder naar Zabriskie Point, een plek die eruitziet alsof de aarde in zachte golven is gevouwen. De okerkleurige heuvels lijken bijna vloeibaar, alsof ze nog maar net gestold zijn. Ik bleef er lang staan, luisterend naar het niets. De soort stilte die je zelden nog vindt.
Via Furnace Creek vervolgde ik mijn route naar het laagste punt van Noord-Amerika. Badwater Basin is een surrealistische ervaring: wandelen over een eindeloze witte zoutvlakte, met de bergen als muren aan de horizon. De lucht trilt er, de grond kraakt onder je voeten en alles voelt buitenaards.
Op weg naar Lone Pine reed ik door Artist’s Drive en voorbij de Mesquite Flat Sand Dunes. De kleuren van Artist’s Drive leken bijna onwerkelijk in het late licht, alsof iemand een schilderpalet had laten vallen over de rotsen. En de zandduinen van Mesquite Flat? Die doen je even geloven dat je op Tatooine rijdt. Niet toevallig werden hier scènes uit Star Wars opgenomen. Het gaf die laatste kilometers door Death Valley een bijna filmische afsluiter.
Toen ik uiteindelijk Death Valley achter me liet, voelde mijn hoofd tegelijk leeg en vol. Leeg van het lawaai van de stad, vol van indrukken van ruimte, hitte en stilte. Het is een plek die je kleiner maakt, maar op de beste manier.
Een dag die blijft nazinderen.
Van woestijn naar kust
Na het overweldigende landschap van Death Valley trok ik verder richting de Californische kust. Het voelde alsof ik uit een andere wereld kwam, van pure stilte en hitte naar een route vol bergen, dennen en frisse lucht.
Een eerste korte stop bracht mij in Lone Pine, een klein woestijndorp aan de voet van de Sierra Nevada. Hier kijk je uit op Mount Whitney, de hoogste berg van het Amerikaanse vasteland. Het dorp zelf is bescheiden, maar het decor waarin het ligt is ronduit indrukwekkend.
’s Avonds ging ik naar Jake’s Saloon, een eenvoudige maar gezellige westernbar waar de tijd precies wat trager tikt.
Helaas had ik deze keer geen tijd voor het Museum of Western Film History, dat de filmgeschiedenis van de Alabama Hills eert, of voor Manzanar National Historic Site, een indringende herdenkingsplaats van het voormalige interneringskamp. Twee plekken die ik bij een volgend bezoek zeker wil inhalen.
Vanuit Lone Pine begon een lange maar prachtige rit richting de kust. De weg slingerde langs Lake Isabella, liep daarna een stukje door Sequoia National Park, waar de geur van dennen en de koelte van het woud een heerlijk contrast vormden met de woestijn van die ochtend, en zakte vervolgens af richting Bakersfield. Het was een route die voortdurend wisselde van karakter: van kale bergflanken naar groene bossen, van stille meren naar uitgestrekte landbouwvelden. Een rit die laat zien hoe ongelooflijk divers Californië eigenlijk is, soms al binnen enkele uren rijden.
Daarna bereikte ik San Luis Obispo, een stad die meteen voelde als een plek die comfort, charme en karakter moeiteloos samenbrengt. Het centrum is compact maar rijk aan geschiedenis, met de oude Spaanse missie als warm hart en straten vol kleine boetieks, kunstwinkels en gezellige restaurants. Overal hing een ontspannen, bijna mediterrane sfeer, alsof de stad op een rustiger ritme leeft. De culinaire scene verraste me echt, met bistro’s, wijnbars en artisanale bakkerijen die perfect passen bij de omliggende wijngaarden. Tegelijk voelde de natuur altijd dichtbij, met glooiende heuvels rond de stad en dat typische Californische licht dat alles net wat zachter maakt. Het was zo’n plek waar ik eigenlijk maar even wilde stoppen, maar waar ik best wel veel langer had kunnen blijven.
Ik bezocht er Chamisal Vineyards, een prachtig wijnhuis net buiten de stad. De streek staat bekend als Wine Country, beroemd om haar chardonnays en pinot noirs, en tijdens de tasting proefde ik hoe zon, zee en heuvels hier samenkomen in het glas. Een ontspannen tussenstop, met uitzicht op eindeloze rijen wijnranken, waar het leven vanzelf een versnelling lager schakelt.
Na een dag vol heuvels, wijn en westerngevoel trok ik verder richting kust, dit keer naar Pismo Beach, een relaxte badplaats aan de Stille Oceaan. Mijn kamer keek uit op de iconische Pismo Pier, met zicht op surfers die hun geluk beproefden in de grijsblauwe golven. De lucht was bewolkt, het licht zacht en diffuus, precies het soort sfeer dat de kust hier een ingetogen schoonheid geeft.
’s Avonds dineerde ik met zicht op de oceaan en een prachtige zonsondergang. Om daarna in slaap te vallen met het zachte ruisen van de oceaan op de achtergrond.
Juist die afwisseling van natuur, stad en kust maakt het zuidwesten van de Verenigde Staten zo bijzonder. Het is een regio die blijft verrassen, telkens op een andere manier.
Morro Bay & Monterey - natuur ontmoet nostalgie
Vanuit Pismo Beach vertrok ik ’s ochtends richting Morro Bay, een charmant kustplaatsje waar de sfeer bijna automatisch in een lagere versnelling gaat. Ik maakte er een boottocht langs otters die in het kelp dobberden en zeeleeuwen die luidruchtig hun territorium verdedigden, met de iconische Morro Rock als vaste blik op de achtergrond. Het stadje bleek ook de plek van één van de leukste ontbijtadresjes van de hele reis. Ik had die ochtend al ontbeten in het hotel, maar het zag er zó uitnodigend uit dat ik zonder aarzelen een tweede ontbijt bestelde. Reizen is tenslotte ook genieten.
Na Morro Bay reed ik naar het legendarische Madonna Inn, een hotel dat ergens zweeft tussen sprookjeskasteel, Oostenrijkse berglodge en roze fantasiewereld. Het soort plek waar je ogen even moeten wennen, maar waar je onmogelijk níét met een brede glimlach rondloopt. Elke kamer heeft een eigen thema, van “Caveman Room” tot “Love Nest”, en subtiliteit is duidelijk al lang geleden uitgecheckt. Ik brunchte er in het restaurant en bestelde een full stack pancakes. Achteraf besefte ik dat een halve portie meer dan genoeg was geweest. Amerika en bescheiden porties, het blijft een moeilijke combinatie.
Vanuit het hotel maakte ik een korte tocht te paard door de heuvels rond San Luis Obispo. De lucht was staalblauw, de uitzichten indrukwekkend en boven de valleien cirkelden gieren die perfect leken te passen in het westernplaatje. Alleen die ene, wel erg doordringende geur van een stinkdier ergens in de buurt haalde me heel even uit de droom.
Na een korte autorit stapte ik over in een heel ander soort vervoersmiddel: een Pontiac Firebird Convertible uit 1969, een klassieke muscle car met meer persoonlijkheid dan sommige mensen die ik ken. Met de V8 als soundtrack reed ik over de adembenemende 17-Mile Drive in Monterey. Ruige kliffen, verborgen strandjes, golfende cypressen en uiteraard de eenzame Lone Cypress die al decennia lang de kustlijn bewaakt. Amerikaanser wordt een roadtrip bijna niet.
Ik overnachtte in het centrum van Monterey, met uitzicht op de oceaan en een kelpbed waar otters tussen de golven rolden. De stad zelf ademt geschiedenis, met sfeervolle gebouwen, kleine winkeltjes, cafés en een ontspannen vibe die perfect past bij het leven aan de kust.
De volgende ochtend reed ik verder naar Carmel-by-the-Sea, een sprookjesachtig dorp met galerijen, lage huisjes, kronkelende straatjes en een strand recht van een postkaart. Carmel is het soort plek waar alles lijkt te kloppen: het licht, de rust, de sfeer. Het was de ideale afsluiter van een dag die begon met ruige kustnatuur en eindigde in pure Californische dromerigheid.
Van hieruit reed ik verder richting San Francisco, en naderde het einde van mijn geweldige trip.
Een slot tussen stad en water - San Francisco & de Bay Area
Mijn roadtrip eindigde waar het water de stad ontmoet: San Francisco en het charmante Sausalito.
In San Francisco lunchte ik in een Tex-Mex restaurant in Fisherman’s Wharf, het levendige havengebied waar geur van zee, muziek en toeristische drukte samenkomen, met uitzicht op Alcatraz, een plek waar geschiedenis en skyline elkaar raken. Daarna testte ik een zelfrijdende Waymo-taxi – een surrealistische ervaring als je voor het eerst merkt dat de wagen precies weet waar hij heen moet zonder dat iemand het stuur vasthoudt. Natuurlijk nam ik ook de iconische cable car, vanaf de historische Powell Street Turnaround, een rit die meteen duidelijk maakt waarom deze trams nog altijd tot de verbeelding spreken. Toch wel een unieke ervaring: bengelend aan de buitenkant van een schuddende, piepende tram, je vasthoudend aan een metalen paal terwijl de stad heuvelop en -af onder je voorbijschiet.
Ik wandelde langs Union Square, waar de stad bruist van energie. Tussen hoge gebouwen, winkels en de voortdurende stroom trams en voetgangers voel je hoe San Francisco altijd in beweging lijkt. Daarna reed ik over de majestueuze Golden Gate Bridge, een moment dat – hoe vaak je het ook ziet op foto’s – pas echt binnenkomt wanneer je zelf over die dieprode reus rijdt en de baai onder je opent.
Ik overnachtte in Sausalito, een plek die dichtbij de stad ligt maar toch de charme heeft van een klein dorpje. Het bleek de perfecte uitvalsbasis: rustig, schilderachtig en met uitzicht op de skyline van San Francisco.
Ik sloot de reis af met een diner in The Barrel House Tavern, een absolute aanrader. Zeker als je buiten kunt dineren: het uitzicht over het water en de skyline van San Francisco maakte het een perfect slotmoment voor deze reis vol contrasten en onvergetelijke indrukken. Ik werd er even stil van – een prachtige afsluiter van een bijzondere reis.
Zelf de magie van het Westen ervaren?
Met States of Wonder ontwerp ik jouw reis op maat, volledig vertrekkend vanuit jouw tempo, interesses en reisstijl
Neem contact op, en samen bouwen we jouw ultieme route: van Las Vegas tot de Pacific, of helemaal anders – volledig op maat, met persoonlijke tips en betrouwbare ondersteuning onderweg.
Ontdek de VS zoals jij het wil – onvergetelijke momenten, bijzondere ervaringen en zorgeloos reizen, van begin tot eind.