Eind april 2025 vertrok ik samen met Line voor een roadtrip door Zuidwest-Amerika. Zij was in Las Vegas voor Connect Spring Marketplace, een internationale reisbeurs in Wynn Las Vegas. Voor mij werd het een uitgelezen kans om de stad te verkennen en daarna samen verder te reizen door Californië.
Onze route bracht ons van Las Vegas door Death Valley en over de Sierra Nevada naar de Californische kust en San Francisco. States of Wonder bestond op dat moment nog niet. Toch werd deze reis de katalysator om enkele maanden later mijn eigen reisbedrijf te starten.
Aankomen in Las Vegas
Na een lange vlucht kwamen we in de namiddag aan bij Wynn Las Vegas, waar we vier nachten zouden verblijven. Onze eerste wandeling door het hotel bracht ons meteen naar de casinovloer. Alles was rijkelijk gedecoreerd, met flitsende slotmachines, mensen die geconcentreerd op knoppen tokkelden en croupiers die aan de speeltafels op nieuwe spelers wachtten.
Het was druk, maar voelde tegelijkertijd vreemd genoeg ook rustig. Iedereen leek volledig op te gaan in zijn eigen spel. Wat me vooral opviel, was dat er in de casino’s nog gerookt mocht worden. Niet dat het bijzonder storend was, maar het voelde wel even vreemd. Sigaretten binnen? Het deed me spontaan aan vroeger denken.
Zodra we de casinovloer verlieten, kwamen we in een rustigere resortsfeer terecht. Marmeren vloeren, stijlvolle interieurs, restaurants, luxeboetieks en een verzorgd zwembad maakten duidelijk dat Wynn veel meer is dan alleen een casino.
Op onze kamer schoven de gordijnen automatisch open en verscheen Las Vegas voor het raam. We rustten even uit, verkenden daarna verder het hotel en gingen iets eten.
Die avond maakten we nog een korte wandeling langs de Strip. In de verte zagen we The Sphere voortdurend van kleur en uitzicht veranderen. Deze bolvormige evenementenhal is aan de buitenkant volledig bekleed met ledschermen en kan zo veranderen in alles van een reusachtig oog tot een planeet of gigantische emoji. Typisch Las Vegas: spectaculair, buitensporig groot en niet bepaald geïnteresseerd in subtiliteit.
Met een helikopter naar de Grand Canyon
De volgende ochtend werden we opgehaald voor de King of Canyons-tour van Papillon Grand Canyon Helicopters. Na de check-in volgden eerst een safety briefing en een kennismaking met onze piloot. Je stapt tenslotte niet zomaar even een helikopter in.
Niet veel later stonden we naast een rode helikopter die perfect in een actiefilm had gepast. Na het opstijgen maakten de gebouwen van Las Vegas snel plaats voor de woestijn. We vlogen over de Hoover Dam, Lake Mead en de kronkelende Colorado River richting Grand Canyon West.
Vanuit de lucht krijg je pas echt een idee van de enorme schaal van het landschap. De helikopter daalde tussen de rotswanden en landde ongeveer 975 meter onder de rand van de canyon. Daar stapten we uit voor een korte wandeling en een glas champagne.
Midden in die gigantische kathedraal van steen klonk de stilte bijna onwerkelijk. De steile rotswanden rondom ons maakten zelfs de helikopter plots bijzonder klein. Het is zo’n plek waar je hersenen even tijd nodig hebben om te bevatten waar je precies staat.
Tijdens de terugvlucht zagen we Downtown Las Vegas en de volledige Strip vanuit de lucht. Hotels als Luxor, Bellagio en Paris Las Vegas leken onderdelen van een miniatuurstad, met The Sphere als een lichtgevende knikker ertussen.
Een wandeling langs de hotels van de Strip
Na de helikoptervlucht ging Line naar de beursvloer en trok ik alleen Las Vegas in. Een wandeling langs de Strip is een attractie op zich. Veel hotels vormen complete fantasiewerelden met een eigen thema, architectuur en bijbehorend casino.
Voor Treasure Island staat niet zomaar een verwijzing naar piraten, maar een volledige piratenboot. In The Venetian wandel je langs kanalen, bruggetjes en gondels onder een geschilderde blauwe hemel. Bij Paris Las Vegas passeerde ik een replica van de Eiffeltoren.
Ik liep verder door The LINQ en Planet Hollywood en passeerde Caesars Palace, waar Romeinse beelden, fonteinen en zuilen de toon zetten. Andere opvallende voorbeelden zijn Luxor, gebouwd als een enorme piramide, en Excalibur, dat eruitziet als een kleurrijk middeleeuws kasteel. Die twee bezocht ik deze keer niet, maar ze tonen wel hoe ver Las Vegas bereid is te gaan in zijn hotelthema’s.
Bij Bellagio hield ik halt voor de beroemde fonteinen, die op muziek over het water dansen. Hoe vaak je ze ook op televisie hebt gezien, het blijft de moeite om er zelf voor te staan.
De Ariat Brand Store stond vooraf al op mijn lijst. Ik stapte er uiteindelijk buiten met een paar cowboylaarzen en een cowboyhoed. Per ongeluk. Soort van.
Die avond aten we bij Allegro in Wynn, waar ik koos voor cacio e pepe. Na een dag vol piratenschepen, Romeinse paleizen en namaak-Eiffeltorens bleek een eenvoudig bord pasta precies wat ik nodig had.
Het oudere Las Vegas
De volgende ochtend trok ik opnieuw alleen de stad in, terwijl Line aan haar tweede beursdag begon. Ditmaal liet ik de luxehotels van de Strip achter me en ging ik op zoek naar het oudere Las Vegas.
Mijn eerste stop was het Old Las Vegas Mormon Fort. Op deze plek bouwden mormoonse missionarissen in 1855 de eerste permanente nederzetting in de Las Vegas Valley, lang voordat casino’s en neonreclames het uitzicht bepaalden. Een deel van het oorspronkelijke fort is bewaard gebleven, waardoor je vandaag nog tussen de oude muren kunt rondlopen.
Hier maakte ik ook kennis met Helen J. Stewart, de First Lady of Las Vegas. Na de dood van haar man beheerde ze jarenlang de Las Vegas Ranch en werd ze de eerste postmeester van de stad. In 1902 verkocht ze een groot deel van haar land aan de spoorwegmaatschappij. Op dat voormalige ranchland ontstond later Downtown Las Vegas. Wat mij betreft behoort ze dus tot de echte grondleggers van de stad.
Het is geen bezoek waarvoor je een halve dag nodig hebt, maar het toont wel een kant van Las Vegas die achter alle casino’s en neonlichten gemakkelijk verloren gaat.
Vervolgens wandelde ik naar Downtown Las Vegas en de Fremont Street Experience. Boven vijf huizenblokken hangt Viva Vision, het grootste overdekkende videoscherm ter wereld. De 419 meter lange gebogen constructie vormt een digitaal dak boven de straat. Tijdens de lichtshows bewegen kleurrijke beelden op muziek over je hoofd, terwijl beneden de neonreclames van de oudere casino’s blijven flikkeren.
Via de SlotZilla Zipline vliegen bezoekers onder het scherm door, soms zittend en soms languit als een superheld. Voeg daar livemuziek, straatartiesten en opvallende voorbijgangers aan toe en er gebeurt voortdurend wel ergens iets. Fremont Street is chaotischer, luider en minder gepolijst dan de Strip, maar heeft net daardoor een heel eigen karakter.
Bij Rogue Toys dook ik even in de speelgoednostalgie. Ik stapte ook binnen bij de Gold & Silver Pawn Shop, bekend van het televisieprogramma Pawn Stars, en passeerde verschillende wedding chapels, stuk voor stuk charmant kitscherig op hun eigen manier.
Mijn wandeling eindigde bij The STRAT, waarvan de toren ver boven de stad uitsteekt. Na enkele uren in de woestijnhitte en flink wat kilometers in de benen keerde ik terug naar Wynn voor een welverdiende duik in het zwembad.
Die avond stond er een netwerkevenement van Connect Spring Marketplace op het programma in Madame Tussauds. Tijdens het walking dinner proefden we gerechten uit verschillende delen van de Verenigde Staten. De locatie maakte het evenement origineel, maar over het wassenbeeldenmuseum zelf was ik minder enthousiast. Ik vond het wat gedateerd en zou het niet meteen bovenaan mijn lijst met aanraders voor Las Vegas zetten.
De volgende ochtend zouden we Las Vegas achter ons laten en richting Death Valley rijden.
Death Valley – van neonlicht naar eindeloze ruimte
We vertrokken vroeg uit Las Vegas. De hoge hotels en drukke wegen maakten al snel plaats voor woestijn, kale bergen en een horizon die steeds verder leek open te trekken.
Death Valley staat bekend als één van de heetste plaatsen ter wereld. Tijdens ons bezoek, eind april, liep de temperatuur al op tot ongeveer 37 graden. In de zomer kan het er warmer worden dan 50 graden. Zodra je uit de wagen stapt, voel je hoe droog en intens die hitte is.
Onze eerste stop was Dante’s View, voor mij letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van Death Valley. Vanaf dit uitkijkpunt kijk je van grote hoogte neer op Badwater Basin en de omringende bergketens. De witte zoutvlakte slingert als een bleke rivier door de vallei.
Het is een plek die je brein even doet herkalibreren, simpelweg omdat alles zo immens is. Voor mijn Europese brein blijft die Amerikaanse uitgestrektheid iedere keer opnieuw een vreemd en verwonderlijk moment. Hoe vaak ik zulke landschappen ook zie, helemaal wennen doet het nooit.
Bij Zabriskie Point leken de geelbruine heuvels in zachte golven over elkaar te zijn geplooid. Door het felle licht en de diepe schaduwen veranderde het landschap voortdurend van vorm en kleur.
Via Furnace Creek bereikten we Badwater Basin, met 86 meter onder zeeniveau het laagste punt van Noord-Amerika. Vanaf de parking wandelden we een stukje over de witte zoutvlakte, omringd door bergen die duidelijk maakten hoe diep we ons in de vallei bevonden.
We volgden ook Artist’s Drive, een kronkelende eenrichtingsweg door vulkanische heuvels. Bij Artist’s Palette kleuren mineralen de rotsen groen, roze, geel en paars. Alsof iemand een doos pastelkrijt over de woestijn heeft uitgestrooid.
Onze laatste stop waren de Mesquite Flat Sand Dunes. De golvende duinen ogen bijna buitenaards en werden gebruikt als filmlocatie voor Star Wars. Met een beetje verbeelding waan je je er op Tatooine.
Daarna reden we verder naar Lone Pine. De stilte, hitte en enorme open ruimte van Death Valley bleven nog lang nazinderen.
Enkele tips voor een bezoek aan Death Valley
Neem voldoende drinkwater mee, bij voorkeur minstens vier liter per persoon tijdens warme dagen, en vertrek met een volle brandstoftank. Het bereik van mobiele telefoons is op veel plaatsen beperkt.
Controleer vooraf de weersomstandigheden en eventuele wegafsluitingen. Vermijd bij extreme hitte lange wandelingen en blijf bij autopech bij je voertuig. Een wagen is veel gemakkelijker terug te vinden dan iemand die te voet door de woestijn is vertrokken.
Van de Sierra Nevada naar de Californische kust
Na Death Valley bereikten we Lone Pine, een klein plaatsje aan de voet van de Sierra Nevada. Boven het dorp rijst Mount Whitney uit, met 4.421 meter de hoogste berg van de Verenigde Staten buiten Alaska.
We verbleven in het Best Western Frontier Motel, een eenvoudig hotel dat prima geschikt was als tussenstop. ’s Avonds gingen we nog iets drinken bij Jake’s Saloon, een gezellige westernbar waar de tijd net iets trager leek te lopen.
Voor het Museum of Western Film History en Manzanar National Historic Site hadden we deze keer geen tijd. Twee interessante plekken om bij een volgend bezoek alsnog mee te nemen.
De volgende ochtend vertrokken we vroeg richting de kust. Onze route liep langs Lake Isabella, door delen van het Sequoia National Forest en vervolgens via Bakersfield naar San Luis Obispo. De bossen en koelere berglucht vormden een opvallend contrast met de kale landschappen van de vorige dag.
Rond de middag ontmoetten we Jacqui van Visit SLO, die ons eerst meenam voor de lunch. Vervolgens leidde ze ons rond door het compacte centrum van San Luis Obispo.
De stad heeft een ontspannen karakter, met historische gebouwen, kleine winkels, restaurants en de oude Spaanse missie als herkenbaar middelpunt. Dankzij Jacqui ontdekten we niet alleen de bekendste plekken, maar kregen we ook lokale verhalen en tips uit eerste hand.
Later bezochten we Chamisal Vineyards, net buiten de stad. De streek staat vooral bekend om chardonnay en pinot noir. Tijdens de tasting leerden we hoe de oceaan en het lokale klimaat hun stempel drukken op de wijnbouw.
We vervolgden onze weg naar Pismo Beach, waar we verbleven in Vespera Resort on Pismo Beach. Het bijzonder verzorgde hotel is ingericht in een moderne, luxueuze beach-housestijl en ligt direct aan het strand.
Die avond dineerden we samen met Gordon Jackson van de toeristische dienst van Pismo Beach in SeaVenture Restaurant. Terwijl we aten, zakte de zon langzaam boven de oceaan. Een mooie afsluiter van onze eerste dag aan de Californische kust.
Morro Bay en een rustige dag in Pismo Beach
Na het ontbijt in Vespera reden we naar Morro Bay, een ontspannen kustplaats die wordt gedomineerd door Morro Rock, een enorme vulkanische rots aan de ingang van de haven.
Daar ontdekten we een ontbijtadres dat er zo uitnodigend uitzag dat ik zonder veel tegenzin aan een tweede ontbijt begon. Reizen vraagt soms offers.
Tijdens een boottocht door de baai zagen we zeeotters tussen het kelp dobberen en zeeleeuwen luidruchtig hun aanwezigheid kenbaar maken. Morro Rock bleef voortdurend op de achtergrond zichtbaar en vormde een prachtig decor.
Na de boottocht lunchten we bij Dorn’s Breakers Cafe. Vervolgens keerden we terug naar Pismo Beach voor een rustige namiddag. Na enkele goedgevulde reisdagen was het fijn om even niets te hoeven.
Later maakten we nog een wandeling langs het strand en over de pier. We brachten een tweede nacht door in Vespera, met het geluid van de oceaan op de achtergrond.
Van Madonna Inn naar Monterey
De volgende ochtend reden we opnieuw richting San Luis Obispo voor een ontbijt in Madonna Inn. Dit bijzondere hotel zweeft ergens tussen een sprookjeskasteel, een Oostenrijkse berglodge en een roze fantasiewereld.
Elke kamer heeft een eigen thema, met namen als Caveman Room en Love Nest. Ook in de gemeenschappelijke ruimtes wordt nergens voor subtiliteit gekozen. Roze tinten, bloemmotieven, opvallende kroonluchters en uitbundige decoraties komen er moeiteloos samen.
Ik bestelde een volledige stapel pancakes. Achteraf bleek een halve portie ruimschoots voldoende te zijn geweest. Amerika en bescheiden porties, het blijft een moeilijke combinatie.
Na het ontbijt maakten we vanuit Madonna Inn een tocht te paard door de heuvels rond San Luis Obispo. Boven de valleien cirkelden gieren, terwijl de stoffige paden en open landschappen voor het nodige westerngevoel zorgden. Ook een stinkdier in de buurt liet zich behoorlijk nadrukkelijk ruiken.
Voor we verderreden, stopten we nog even bij Boot Barn, een Amerikaanse winkelketen gespecialiseerd in westernkleding en cowboylaarzen. Ik stapte er buiten met een belt buckle en een truckerpet. De westernoutfit begon stilaan behoorlijk compleet te worden.
Daarna volgde een rit van ruim twee uur naar Monterey.
Met een klassieke Amerikaan langs de kust
In Monterey ruilde ik onze huurwagen tijdelijk in voor iets met flink wat meer karakter: een Pontiac Firebird Convertible uit 1969 van Monterey Touring Vehicles. Het bedrijf verhuurt klassieke Amerikaanse wagens waarmee je zelfstandig de kust rond Monterey, Carmel en Big Sur kunt verkennen.
Alleen al het kiezen en ophalen van de wagen maakt deel uit van de ervaring. Zodra de V8 tot leven kwam en we met het dak open vertrokken, voelde de rit niet langer als een gewone verplaatsing. De auto, het geluid en het landschap pasten perfect bij elkaar.
We volgden delen van de beroemde 17-Mile Drive en stopten onderweg bij verschillende uitzichtpunten. De route voert langs ruige stranden, imposante villa’s, wereldberoemde golfbanen en de door de wind gevormde cipressen van Pebble Beach. Natuurlijk hielden we ook halt bij The Lone Cypress, die al meer dan 250 jaar eenzaam op haar rots boven de Stille Oceaan staat.
Vervolgens reden we richting Big Sur, waar Highway 1 zich tussen de oceaan en de steile kusthellingen slingert. Met de kap open en de V8 op de achtergrond was dit roadtripgevoel in zijn zuiverste vorm. Onderweg passeerden we ook de beroemde Bixby Creek Bridge, een van de meest gefotografeerde bruggen van Californië.
Monterey Touring Vehicles was veel meer dan zomaar een leuke autorit. Het is een belevenis waarbij de wagen even belangrijk wordt als de route. Net daarom bied ik deze ervaring vandaag ook graag aan mijn klanten aan. Wie de Californische kust niet alleen wil zien, maar echt wil beleven, zit hier letterlijk goed.
We overnachtten in het prachtige Monterey Plaza Hotel & Spa, een stijlvol hotel aan de historische Cannery Row, pal aan het water. Vanuit onze kamer keken we uit over de oceaan en een kelpbed waarin zeeotters tussen de golven dobberden.
Carmel-by-the-Sea – Californische charme aan de kust
De volgende ochtend reden we naar Carmel-by-the-Sea. Dit kleine kustplaatsje lijkt uit een sprookjesboek te komen, met kronkelende straatjes, charmante cottages, kunstgalerijen en boetieks verscholen tussen het groen. Zelfs winkels en restaurants gaan er schuil achter gevels die eerder aan Engelse landhuizen dan aan Californië doen denken.
Na een wandeling door het centrum trokken we naar Carmel Beach. Het brede zandstrand, de grillige kustlijn en de cipressen op de achtergrond vormen samen een bijna té perfect Californisch plaatje. Carmel voelt verzorgd en exclusief, maar tegelijkertijd ontspannen.
Op het strand raakten we aan de praat met twee Amerikaanse dames. Toen we vertelden dat we uit België kwamen, bedankten ze ons oprecht omdat we nog naar de Verenigde Staten wilden reizen, “with everything going on right now.” Een weinig verhulde verwijzing naar de politieke situatie en de president. Het gesprek liet zien hoe sterk de Amerikanen zelf bezig waren met het beeld dat de rest van de wereld van hun land had.
Vanuit Carmel reden we verder richting San Francisco.
San Francisco – heuvels, cable cars en een taxi zonder chauffeur
Bij aankomst bezochten we Hotel Zoe Fisherman’s Wharf, een stijlvol boetiekhotel vlak bij de bekendste plekken aan de waterkant. Cameron leidde ons rond en liet ons kennismaken met het hotel.
Daarna gingen we samen met hem lunchen bij Barrio, een Mexicaans restaurant op Ghirardelli Square. De voormalige chocoladefabriek werd omgevormd tot een levendig geheel van winkels en restaurants, met de baai en Alcatraz op de achtergrond.
Na de lunch trokken we verder de stad in en probeerden we een Waymo uit, een volledig zelfrijdende taxi. Instappen in een auto zonder chauffeur voelt de eerste minuten behoorlijk onwennig. Het stuur draait vanzelf, de wagen stopt keurig voor voetgangers en manoeuvreert zonder zichtbare stress door het drukke verkeer. Na een tijdje betrap je jezelf erop dat je het bijna normaal begint te vinden. Bijna.
Een bezoek aan San Francisco is natuurlijk niet compleet zonder een rit met de historische cable car. Vanaf de Powell Street Turnaround reden we door de steile straten. Ik stond aan de buitenkant, met één hand rond een metalen paal terwijl de tram piepend en rammelend de heuvels op en af reed. Niet bepaald het comfortabelste openbaar vervoer, maar wel veruit het leukste.
We stapten uit bij Union Square en wandelden verder door het centrum. Daar gingen we ook even binnen in The Westin St. Francis, het statige hotel dat sinds 1904 aan het plein staat. Met zijn klassieke interieur en rijke geschiedenis is het zo’n plek waar je ook zonder overnachting graag even binnenkijkt.
Tussen de hoge gebouwen, winkels, trams en voortdurende stroom voetgangers voel je hoe energiek San Francisco is. De stad oogt vertrouwd door alle films en televisieseries die hier werden opgenomen, maar weet in werkelijkheid toch opnieuw te verrassen.
Over de Golden Gate Bridge naar Sausalito
Na onze verkenning van San Francisco reden we terug richting Sausalito. Vlak bij de Golden Gate Bridge stopten we eerst bij een uitzichtpunt om foto’s te maken. Hoe vaak je haar ook op beelden hebt gezien, pas wanneer je zelf voor die oranjerode reus staat, besef je hoe imposant ze werkelijk is.
We reden de brug over, met de baai onder ons en de skyline van San Francisco achter ons. Aan de overkant veranderde het ritme vrijwel meteen. Sausalito ligt vlak bij de stad, maar voelt met zijn jachthaven, kunstgalerijen en huizen tegen de heuvels veel rustiger aan.
We verbleven in Casa Madrona Hotel & Spa, een historisch hotel dat rond een elegante victoriaanse villa uit 1885 werd opgebouwd. De ligging tegen de heuvel en de combinatie van historische architectuur en hedendaagse luxe maken het een bijzonder adres voor onze laatste overnachting.
Die avond dineerden we bij Barrel House Tavern. Vanuit het restaurant ontvouwde zich een spectaculair panorama over de baai en de verlichte skyline van San Francisco. Na alle indrukken van de voorbije dagen was dit het perfecte slotbeeld van onze reis.
Het einde van de reis, het begin van States of Wonder
Daarmee zat onze roadtrip door Zuidwest-Amerika, van Las Vegas naar San Francisco, erop. Natuurlijk bleven de grote landschappen hangen, maar minstens even waardevol waren de kleinere momenten: onverwachte gesprekken, met een klassieke Firebird langs de kust rijden en aan het einde van de dag uitkijken over de baai.
States of Wonder bestond op dat moment nog niet. Toch werd deze reis de katalysator om enkele maanden later mijn eigen reisbedrijf te starten. Onderweg besefte ik opnieuw hoeveel verschil een goed opgebouwde route kan maken, wanneer niet alleen de bestemmingen kloppen, maar ook het tempo en de ervaringen onderweg.
Zelf een roadtrip door Zuidwest-Amerika maken?
Wil je zelf een roadtrip door Zuidwest-Amerika maken? Met States of Wonder help ik je graag een route samenstellen die past bij jouw tempo en interesses.
Nog niet uitgereisd?
Lees ook mijn praktische tips over autorijden in Amerika, de National Park Pass en fooien in Amerika.
Nog meer zin in Amerika? Reis mee tijdens mijn roadtrip langs de oostkust van Florida of ontdek Texas en Louisiana.